header image undefined

Moedig onderweg is het jaarthema van Kamino voor het jaar 2026-2027. Geïnspireerd door het Bijbelboek Jona willen we keer op keer de juiste koers kiezen, naar de ander en naar beter. Wat wordt jouw pad dit jaar? Hier lees je alvast de volledige jaarthematekst.

Maak je gereed en ga naar Nineve, die grote stad, om haar aan te klagen. (Jona 1, 2)

Nineve. Een stad aan de oever van de Tigris.Een stad in de achtste eeuw voor Christus.En een stad waar je vooral niet moet zijn?

Zo lijkt het wel. Want God stuurt Jona naar Nineve, maar Jona springt prompt op een schip dat de andere richting uit vaart. Daar gaat hij niet heen! En wij dus ook niet? Wel… eigenlijk zijn we er al. Nineve is jouw dorp of stad. Nineve is onze samenleving.

Nineve is hier en nu. Want net zoals de mensen in het Bijbelboek Jona, moet onze samenleving een grote bocht maken. We moeten halt houden en rondkijken. Die droom die we koesteren, die vuurtoren aan de horizon, zijn we daar nog wel naar onderweg? Leidt onze koers wel naar die ander die ons nodig heeft of die ons iets kan leren?

We moeten halt houden, en daarna opnieuw moedig op weg gaan. We moeten ons bekeren, om de toekomst te openen en de vuurtoren te naderen. En dat niet een keer, maar keer op keer.

De inwoners van Nineve geloofden God: ze riepen een vasten uit en iedereen, van hoog tot laag, hulde zich in een boetekleed. (Jona 3, 5)

Twee vragen staan centraal in het boek Jona. Zal Nineve zich bekeren? En zal God de stad redden? Twee keer luidt het antwoord: ja. Twee keer kan dat ons helpen om moedig onderweg te blijven.

Nineve bekeert zich. Iedereen, van hoog tot laag, maakt mee de bocht. Bekering is dus niet alleen een individueel proces. We kunnen samen wakker worden, samen de koers bijsturen en samen een ander verlangen leren te koesteren.

Bekering begint wel vaak persoonlijk. Het begint bij jou, die de moed vindt om eerlijk naar jezelf en je omgeving te kijken. Waar vlucht je? Waar verhard je? Waar geef je het op? Die moed hoef je echter niet in je eentje brandend te houden. Zodra je halt houdt, zal je merken dat heel veel anderen in de richting van dezelfde bocht, dezelfde vuurtoren kijken. We zijn met velen die voelen dat er iets niet klopt.

  • Het klopt niet dat economische groei belangrijker is dan waardigheid en dat mensen moeten afhaken omdat ze niet mee kunnen.

  • Het klopt niet dat we blijven steken in een levensstijl die niet houdbaar is voor de aarde en dat we moeten rondlopen met de angst die dat met zich meebrengt.

  • Het klopt niet dat onze buitenkant, die consumeert, keuzes maakt en door het leven racet, soms los lijkt te staan van onze binnenkant, die verlangt, zich geroepen voelt en kwetsbaar is.

  • Het klopt niet dat jongeren wankelen en dat de zorg voor hen niet op punt staat. Ze hebben niet alleen formele hulp nodig, maar ook een gemeenschap die hen niet als probleem of prestatie ziet, maar als persoon.

Zou Ik dan geen verdriet hebben om Nineve, die grote stad, waar meer dan honderdtwintigduizend mensen wonen die het verschil tussen links en rechts niet eens kennen, en dan nog al die dieren? (Jona 4, 11)

Het klopt niet, en in die context is bekeren geen kwestie van moeten. Neen, we mogen ons bekeren, omdat God niet de boekhouder is van onze fouten en tekortkomingen, maar de Ouder die ons optilt, keer op keer. We mogen onderweg zijn, omdat we niet in de illusie verkeren dat we perfect zullen worden, maar kunnen vertrouwen dat vallen en opstaan toegelaten zijn en dat God en de anderen ons zullen dragen.

Want ja, om terug te keren naar de tweede vraag, God redt de stad Nineve. Jona begrijpt het niet, hij verwachtte dat God zou straffen. Maar God is nabij, geduldig en barmhartig. Hij blijft betrokken, ook wanneer we twijfelen of struikelen. De moed waar alles mee begint, is dan ook de moed om te geloven dat jij graag gezien bent. Niet omdat je alles op orde hebt en recht op die vuurtoren afstevent. Maar omdat God je aankijkt en zegt dat jij er mag zijn.

Jona trok de stad in, één dagreis ver, en riep: ‘Nog veertig dagen, dan wordt Nineve weggevaagd!’ (Jona 3,4)

In het boek Jona stuurt God een profeet, die luidkeels benoemt wat er schuurt. In opdracht van God houdt Jona Nineve een strenge spiegel voor en de stad durft erin te kijken. Het is goed dat we ons afvragen of wij dat ook durven.

Hebben we de moed om naar de profeten van vandaag te luisteren? Durven we ons te laten verrassen door stemmen die we nog niet kennen? Door verhalen die anders klinken? Door mensen die in onze samenleving nauwelijks spreektijd krijgen?

Maar Jona was in het ruim van het schip afgedaald, was daar gaan liggen en in een diepe slaap gevallen. (Jona 1, 5)

Wat Jona ons ook leert, is dat profeten geen superhelden zijn. God stuurt hem op pad, maar hij duikt weg. Hij ligt zelfs te slapen in het ruim van het schip, terwijl het buiten stormt. Die slaap ken je misschien. Het is de slaap van het scrollen om niet te voelen, van het cynisme om niet te hopen, van de excuses om niet te moeten veranderen. Vluchten is menselijk, vluchten ligt in veel gevallen voor de hand.

Precies daarom is bewust onderweg zijn, en het blijven zoeken naar die vuurtoren, altijd moedig. Precies daarom klinkt het thema van de Wereldjongerendagen in Seoul in 2027 zo noodzakelijk: ‘Houd moed! Ik heb de wereld overwonnen’ (Joh 16, 33).

Het is een belofte die dieper gaat dan onze angst. Christus zegt niet dat er geen hindernissen en doodlopende wegen tussen ons en de vuurtoren liggen, maar Hij zegt wel dat die niet het einde van onze tocht zullen betekenen. Hij zegt dat liefde sterker is dan mislukking. Hij zegt dat we niet hoeven te leven vanuit paniek, maar kunnen vertrouwen.

Maak je gereed en ga naar Nineve, die grote stad, om haar aan te klagen. (Jona 1, 2)

Nineve. Een stad aan de oever van de Tigris.
Een stad in de achtste eeuw voor Christus.
En een stad waar je vooral niet moet zijn?

Absoluut wel. Nineve dat zijn wij. Dat ben ik, dat is de ander. En die ander wijst ons de weg. Bekering is geen cirkel die ons telkens naar onze binnenkant brengt. Bekering is leren liefhebben in concrete daden, is opnieuw aanwezig zijn, is nabij worden, is samen onderscheiden wat leven geeft, telkens opnieuw.

De vriend die blijft wanneer het moeilijk wordt, het vrijwilligerswerk dat draait om nabijheid, de gemeenschap waar je niet moet presteren om erbij te horen, de tafel waar iemand mag aanschuiven die anders alleen zou eten: het zijn de meest tastbare vindplekken van God. Het zijn de plekken waar we ons onze vuurtoren herinneren. Waar we ons geroepen weten. En waar we het beseffen: wij zijn moedig onderweg, keer op keer naar de ander.