'Jongeren mogen voelen dat we één gemeenschap zijn'
In Gent werkt en droomt Kamino regelmatig samen met de Sint-Michielsbeweging. Onze Jongerpastor Delphine legde Arne en Emmanuelle op de rooster over de beweging, hun drijfveren en de toekomst van het pastorale werk.
Arne (27) studeerde sociaal-cultureel werk, theologie en filosofie . Sinds september werkt hij als jongerenpastor bij de Sint-Michielsbeweging in Gent.
Emmanuelle (29) studeerde biomedische wetenschappen en filosofie . Ze is bezig met een doctoraat in de gezondheidswetenschappen. Vorig jaar was zij als vrijwilliger co-verantwoordelijke bij de Sint-Michielsbeweging in Gent.
Wat is en doet de Sint-Michielsbeweging?
Arne: De beweging is opgericht in Kortrijk door 2 priesters in de jaren ’90. In Gent bestaat de zending ruim tien jaar.
Emmanuelle: Ons motto is: de vriendschap met Christus is ons hart, de vriendschap met jongeren en mensen in nood zijn onze longen! We richten ons dus op jongeren vanuit twee luiken: het spiritueel-pastorale en het sociale. Voor het spirituele luik bouwen we met jongeren en studenten aan een gemeenschap. Dit uit zich bijvoorbeeld in het wekelijkse Taizégebed op dinsdag. Daarnaast kunnen jongeren zich sociaal engageren, bijvoorbeeld voor de Vredesklas waar ze kinderen begeleiden met hun huiswerk. Zo ontwikkelen ze zich spiritueel en diaconaal en zijn ze tegelijkertijd dienstbaar naar anderen. We proberen ook mensen te raken die niet christelijk zijn en in dialoog te gaan. Tijdens de blok kunnen studenten hier komen studeren, of ze nu christelijk zijn of niet. Verder is vriendschap belangrijk binnen de Sint-Michielsbeweging. We zijn een open huis zijn met activiteiten die openstaan voor alle jongeren, maar vormen ook een bijzondere gemeenschap met de 7 studenten die in het Sint-Michielshuis wonen. Op elke plek van de Sint-Michielsbeweging zijn er twee verantwoordelijken, net zoals de apostelen twee-aan-twee op weg gingen

Hoe kwamen jullie zelf bij de beweging terecht en wat trok jullie erin aan?
Emmanuelle: Toen ik naar Gent wou komen voor mijn doctoraat, zocht ik een plek om te wonen. Ik sprak met een aantal priesters en iemand raadde mij het Sint-Michielshuis aan. Zo geraakte ik betrokken bij de activiteiten. Ik nam steeds meer engagement op, tot ik vorig jaar co-verantwoordelijke werd als vrijwilliger. Ik vond het meteen een toffe sfeer. Er is veel openheid naar nieuwe mensen en je merkt echt de vreugde. De vriendschap is echt belangrijk in de Sint-Michielsbeweging: we zijn niet alleen bezig met activiteiten of mensen in nood te helpen, maar we proberen echt een relatie met elkaar te hebben. Je voelt je verbonden met de mensen van de beweging.
Arne: Ik startte vorig jaar in de gevangenis van Gent als aalmoezenier. Behalve voor de pastorale zorg voor de gedetineerden, stond ik ook in voor de band en de samenwerking met de bredere Gentse kerkgemeenschap. Want voor veel mensen is het werk van een aalmoezenier abstract: wat doet die achter die muren? Bij Sint-Michiels vond ik een geloofsgemeenschap met mensen van mijn leeftijd en had ik toffe contacten, waardoor ik er bleef plakken. De vriendschap waarover Emmanuelle spreekt, is geen goedkope vriendschap. In deze tijd kiezen we vaak vrienden op basis van een klik, maar in een kerkgemeenschap kom je ook in contact met mensen waarmee het niet automatisch klikt. De uitdaging is om toch die vriendschap aan te gaan, op basis van dat gedeelde geloof. Dat is niet gemakkelijk, maar iets waaraan we moeten blijven werken.
Emmanuelle (enthousiast): Wat nog leuk is aan de Sint-Michielsbeweging is dat je als jongere zelf met een voorstel mag komen en nieuwe dingen kan beginnen. Het is heel vrij en je mag echt proberen, je zit niet vast in een bepaald patroon. We proberen de creativiteit van jongeren te ondersteunen, te luisteren naar wat ze willen en nodig hebben en hen verantwoordelijkheid te geven. Dat is superleuk, want het evolueert met de mensen.
Arne: Op dit moment is er als sociaal engagement enkel de Vredesklas, maar we bieden ruimte om samen te zoeken wat nog meer mogelijk is. Dat vind ik ook leuk als verantwoordelijke, dat je heel veel ruimte hebt om innovatief te zijn.

Wat drijft jullie om deze taak op te nemen?
Emmanuelle: Mijn relatie met God is het belangrijkste in mijn leven. Ik wou daar iets mee doen en anderen helpen om daarin te groeien. Het was belangrijk voor mij om iets nuttigs te doen en iedereen te helpen om die liefde, die vreugde, die vrede te vinden. Ik wilde me ten dienste stellen voor God en waartoe hij me roept. In de Sint-Michielsbeweging vond ik daarvoor de ideale plek met het charisma, de ruimte voor innovatie, de creativiteit, de bewoners, het sociale luik, de activiteiten en de dienstbaarheid voor God.
Arne: Ik wil mijn leven zo zinvol mogelijk besteden. Als ik mijn leven zou besteden aan iets tijdelijks dan zou ik dat niet als zinvol genoeg ervaren. Als ik voor de Kerk werk, dan heb ik de ervaring dat ik bijdraag aan een groter geheel, een groter werk. Christus is dat werk begonnen en ik mag op dit moment van de geschiedenis hieraan meewerken, in de hoop op de parousia. Die theologische gedachte geeft me veel zingeving om met pastoraal bezig te zijn.
Had je dat dan niet in de gevangenis?
Arne: Die theologische motivatie was er, maar in de concrete praktijk voelde ik aan dat het gevangenispastoraal niet mijn roeping was. Er waren bepaalde situaties met personeel en gedetineerden die ik niet kon overstijgen. Als een bepaalde gedetineerde of beambte bruut tegen mij deed, dan moet ik dat eigenlijk vanuit mijn geloof kunnen overstijgen en symbolisch mijn andere wang tonen. Maar ik voelde eigenlijk vooral woede, cynisme en onverschilligheid. Ik heb dat nooit laten blijken natuurlijk, maar innerlijk speelde dat. Ik moest helaas concluderen: ik krijg niet de genade om in deze situaties om te gaan zoals het hoort.

Hoe verhoudt de Sint-Michielsbeweging zich tot de bredere Kerk?
Emmanuelle: we proberen een goede band te hebben met de bredere kerkgemeenschap, zoals de parochie, het dekenaat en Kamino. We willen geen eiland zijn dat zoveel mogelijk mensen voor zich probeert te verzamelen. Het is belangrijk dat jongeren voelen dat we één gemeenschap zijn. Elke plek heeft een eigen charisma dat past bij sommige mensen, en minder bij anderen. Het is oké als een jongere bij ons komt en merkt dat die toch liever elders gaat.
Arne: Dat we een ander charisma hebben (‘vibe’ zouden jongeren vandaag zeggen) dan bijvoorbeeld Kamino, is een verrijking. Het is belangrijk dat iedereen elkaars plaats erkent. “Het huis van de vader heeft veel kamers” lezen we in het Evangelie. We vertrekken niet vanuit het idee ‘we zijn beter’ maar vanuit de idee ‘we zijn er ook’. Ik kan me goed vinden in de brieven van Ignatius van Antiochië die de christenen oproept om zich te verenigen onder hun lokale bisschop. Niet als een klemtoon op een hiërarchie, maar als een manier om in verbinding te zijn met de anderen die rond de bisschop staan. Het synodaal proces is daarbij zeer belangrijk: we zijn samen op weg in het christelijke verhaal.
Ook ten opzichte van de parochie en het dekenaat kunnen wij aanvullend werken. We zijn een informele structuur en werken binnen een bepaald charisma. Sommige aspecten, zoals het sacrament van de doop, mogen wij niet aanbieden. We moeten dan verwijzen naar de parochie, dat kan soms pijnlijk zijn voor mensen die gehecht zijn aan onze beweging. Als ik kijk naar de officiële canonieke structuren van de kerk, voel ik wel een bezorgdheid voor de toekomst. De jongeren van vandaag zullen bijvoorbeeld veel materieel erfgoed erven. Ik hoop dat de zorgen voor al dat kerkelijk patrimonium ons niet zal afleiden van de essentie.
Emmanuelle: Inderdaad, er is veel creativiteit en energie, merken wij bij de Sint-Michielsbeweging. We geloven dat het belangrijk is om iedereen, en in het bijzonder jongeren, de ruimte te geven om hun creativiteit en hun noden te uiten. Zodat we samen luisterend naar de Heilige Geest nieuwe vormen van geloofsgemeenschap kunnen bouwen. Nieuwe vormen die ons naar God brengen en aangepast zijn aan de uitdagingen van onze tijd.
Meer over de beweging vind je hier. Het Sint-Michielshuis bevindt zich in het voormalige Coletienenklooster, Sint-Elisabethplein 13, 9000 Gent.
Dit artikel verscheen eerder in Kerkplein, het Gentse bisdommagazine.

