Terug naar het overzicht

'Geloof is de rode draad door mijn leven'

Wat betekent geloof voor jongeren vandaag? En wat verwachten ze van de Kerkgemeenschap? Het magazine Tertio bracht samen met Kamino zes jongeren samen. Er zijn opvallende gelijkenissen in hun geloofsweg. Houvast en gemeenschap vormen de rode draad in hun verhaal. Ze zoeken meer diepgang en houden van tradities, omdat die rust brengen in een heftige wereld.

Johan Van der Vloet van Tertio

Hoe zijn jullie met het geloof in contact gekomen? En wat heeft jullie de stap doen zetten om actief te gaan geloven?

Noor De Baere (16): “Dat gebeurde via mijn oma. Mijn ouders waren niet gelovig. Mijn opa was heel antikatholiek, maar met mijn oma ging ik vaak naar de mis en ze vertelde me over haar geloof. Ik ben pas vorig jaar echt actief beginnen geloven. Ik merkte dat ik er heel veel vragen over had. Maar ik was daar een beetje beschaamd over vanwege mijn atheïstische opvoeding. Toen zei een leerkracht: ‘Ga eens naar de kerk en zie hoe dat voelt.’ En dat heb ik gedaan. En het voelde zo goed en juist dat ik ben blijven gaan.”

Naomi Goyvaerts (14): “Ik ben er gewoon in opgegroeid. Mijn ouders zijn gelovig en gaan wekelijks naar de kerk. Ik heb dan wel zelf een beetje mijn weg gezocht er mijn plek gevonden.”

Jana De Smet (22): “Ik ben ook katholiek opgevoed en we gingen elke zondag naar de mis. Maar ik merkte dat ik meer nodig had. Ik heb dan de gemeenschap Moeder van Vrede leren kennen in Gistel en sindsdien ben ik daar vaak en zit ik ook in andere katholieke jongerengroepen.”
Cara Vercruysse (17): “Ik was niet gelovig, net als mijn ouders. Ik was ook niet gedoopt. Tot ik me realiseerde dat ik eigenlijk wel geloofde. Het was een soort klik waarin ineens alles op zijn plaats viel. Ik ben me dan beginnen verdiepen in het geloof en heb heel impulsief de beslissing genomen om me te laten dopen. In dat traject heb ik heel veel belangrijke dingen meegenomen voor mijn geloof nu. Naar de mis gaan is voor mij daarin heel belangrijk, net als bidden.”

Simon Beerens (18): “Ik ben een beetje katholiek opgevoed. Maar voor mijn vormsel moest ik een rol opnemen in de kerk en ik heb toen voor misdienaar gekozen. Dat doe ik nog steeds en daaruit is mijn geloof blijven groeien en actief geworden.”

Sam Kunnen (22): “Ik ben bij mijn vormsel misdienaar geworden en daarna ben ik op verschillende kampen met Kamino geweest.”

“Geloof is een grote steun, dat ik gewoon met God kan praten over mijn dag.”

Als jullie naar een viering gaan, wat vind je dan belangrijk? Of waar knap je op af?

Noor: “Ik ben misdienaar en ik vind het wel fijn om de viering heel ‘serieus’ te doen. Maar dat betekent niet per se traditioneel. Ik vind dat er wel bepaalde tradities moeten worden aangehouden. Het hoeft niet supermodern te zijn, zo van ‘we gooien alles gewoon om en doen het voortaan op een heel andere manier’. Maar ik ben nu ook niet van de instelling dat we terug moeten naar Latijnse mis.”

Naomi: “Ik ben ook misdienaar. Het hoeft voor mij niet heel traditioneel te zijn, maar een basisliturgie moet er wel zijn. Want sommige rituelen vind ik gewoon belangrijk om in ere te houden. Het voornaamste is dat je even kunt focussen op God en een rustpunt zoekt in deze drukke wereld.”

Jana: “Ik hou wel iets meer van traditionele missen. Niet dat alles per se in het Latijn moet, maar een paar Latijnse liederen vind ik wel fijn. Ze maken verbinding met de traditie en de kern van het geloof: zo is het begonnen en we zetten het verder. Het heeft ook te maken met hoe ik opgegroeid ben: ik ben niets anders gewend dan een klassieke liturgie en voel me onwennig bij een meer moderne.”

Cara: “Traditie is iets moois, je hoeft er niets aan te veranderen.”

Simon: “Ik hou ook van een traditionele liturgie. In mijn parochie doen we alles zoals het in het missaal staat. Door de week ga ik soms naar een Latijnse mis en daar haal ik gigantisch veel waarde uit omdat ze me verbindt met onze voorouders. Ik vind dat in Latijnse missen het mysterie meer naar boven komt. Het is zeer sereen. In een moderne liturgie voel ik me net als Jana en Cara onwennig.”

Sam: “Ik vind dat elke soort viering wel zijn charmes heeft, maar ik hou het meest van Taizévieringen, waar je in een kring samen zingt en bidt.”

 

De kerkgemeenschappen zijn niet meer zo levendig, om het voorzichtig te zeggen. Vinden jullie een dragende gemeenschap?

Naomi: “Die vind ik zeker in mijn parochie. We hebben ook een misdienaarsgroep waar we veel kunnen spreken over geloof.”

Simon: “Ik zit in de katholieke studentenvereniging in Gent. Wij praten doordeweeks veel over het geloof. In mijn parochie zijn er niet veel jonge mensen, maar waar ik toch van schrok is dat voor de Latijnse mis waar ik het over had de kapel gewoon bomvol met jongeren zit, twintigers en jonge gezinnen.”

Noor: “In de kathedraal van Antwerpen zit ik in een groep van 35 jongeren. Dat is een heel goede vriendengroep waarmee ik ook door de week afspreek. Om tien uur ’s avonds kunnen wij nog naar de KFC frietjes gaan eten, terwijl wij diepe gesprekken hebben over religie.”

Cara: “Voor mij is Moeder van Vrede onze centrale gemeenschap. Ik kom daar niet alleen op zondag, maar zo vaak als ik kan. Het is telkens een soort thuiskomen bij de zusters. We hebben regelmatig een jongerenweekend en dan hebben we een vorming over onderscheiding en een leuke activiteit samen. Ik heb Jana daar ontmoet.”

Jana: “Ik sluit me daar helemaal bij aan. Je kunt er zowel meedoen aan de aanbidding als aan de mis of de vespers… Maar ik kan me ook evengoed thuis voelen in andere katholieke groepen. Het hangt een beetje af van wat ik nodig heb. Na een drukke schooldag wil ik het liefst gewoon bidden.”

Sam: “Mijn mama geeft catechese en ik ga regelmatig mee naar de kerk. In de lokale parochie kan ik wel stilvallen en samen vieren.”

“Ik hou van Latijnse missen, daarin komt het mysterie meer naar boven.”

Het christendom wordt door extreemrechtse partijen gekaapt. Hoe zien jullie dat?

Noor: “Dat zoveel mensen extreemrechts associëren met het christendom en katholieken komt bij mij erg hard aan. Ik heb heel veel linkse vrienden. Als je dan zegt dat je katholiek bent, zeggen ze ‘wow, wacht, dus jij stemt Vlaams Belang en je bent voor Trump?’ Ik ben niet voor Trump en ben niet superrechts, dus ik vind het jammer dat we daarmee geassocieerd worden, want dat creëert een beeld van christenen als haatdragende mensen.”

Jana: “Ik merk dat wel, maar ik leg daar niet mijn focus op. Omdat ik denk dat het in de natuur zit van de mensen om snel zaken te veralgemenen. Als ze dus rechts en christelijk met elkaar associëren, begrijp ik dat wel, maar dan is het aan ons om uit te leggen waarom dat niet zo is.”
Cara: “Ik heb het gevoel dat mensen het christendom op politiek vlak misbruiken. De meeste mensen die voor Trump stemmen, zijn christelijk hoor ik. En ik vind dat zo raar, want als christenen koesteren we de liefde. We moeten van onze naasten houden. En dan verspreidt Trump zoveel haat, wordt er zoveel pijn veroorzaakt. We moeten daar kritisch tegenover staan.”

Simon: “Ik heb daar een andere visie op. Ik ben lid van het KVHV. Wij zijn ook politiek actief, we werken samen met rechtse verenigingen. Ik zie dat dat het katholicisme groeit in die kringen, omdat mensen daarin die traditie vinden en een duidelijke structuur. In de VS heb je van die megachurches die eigenlijk propagandamachines zijn, maar dat is een volledig ander verhaal, daar ben ik het ook absoluut niet mee eens. In Vlaanderen is het anders: rechts sluit aan bij volkstradities, en wordt daarom geassocieerd met katholicisme. In mijn ogen is het christendom van nature een conservatieve religie. De Kerk is de enige instantie die opkomt tegen de uitbreiding van de termijn voor abortus. Dat is een conservatiever beeld op de wereld dan de gemiddelde politieke partij op het moment.”

Noor: “Ik zou mezelf niet conservatief noemen. Soms voel ik me daardoor niet op mijn gemak, omdat ik weet dat velen in de Kerk conservatief zijn. Ik heb daar respect voor, maar ik ben vijftien jaar van mijn leven atheïst geweest en opgevoed met een open beeld van de wereld waarin lgbtq+, abortus en migratie allemaal oké waren, ook al weet ik dat niet alles per se oké is.”

Sam: “Ik vind dat een heel gekke beweging. Ik ben er al veel mee in contact gekomen. Ze eisen iets op, maar ze leven niet na wat Jezus ons heeft voorgedaan. Het is een heel vieze beweging, ze gaan vooral in tegen anderen. Ik ben queer en ik maak dus deel uit van een groep die ze verwerpen. Terwijl voor mij Christus de verschillen omarmt en dat is het tegenovergestelde van wat zij doen. Ik zit door mijn queer-zijn in een moeilijke positie. Ook ik krijg regelmatig haat over me heen. Ik kreeg een tijd geleden berichten dat ik het geloof kapotmaakte. Ik vind dat heel lastig. De stabiliteit die er vroeger was, is weg. De antigroep is fel en dat maakt de keuze voor geloof en kerk lastig. Ik vind wel steun in Kamino. Er zijn daar ook mensen die lgbtq+ zijn en dan kun je verbinden met elkaar. Het helpt wel dat Kamino een veilige omgeving voor ons creëert.”

“Politici misbruiken het christendom.”

Jullie vormen als gelovige jongeren een minderheid. Is het lastig om christen te zijn in deze tijd?

Naomi: “Mijn vrienden staan er heel open voor, maar ik merk dat ik wel beter bevriend ben met mensen die ook gelovig zijn, omdat ik met hen diepere gesprekken kan voeren.”
Cara: “Ik heb veel katholieke vrienden en mijn beste vrienden zijn ook vaak katholiek. Ik heb ook andersgelovige vrienden en die spreken mij daar wel graag over aan. Het interesseert hen wel. Maar ook ik merk dat de vriendschappen met gelovigen mij goed doen.”

Jana: “Ik vind het wel leuk om te praten over het geloof. Maar aan de andere kant ligt dat wel moeilijk in de maatschappij. Soms heb ik het gevoel dat er gewoon geen plaats is voor mijn geloof door de drukte van de samenleving. Ook op school. Ik heb eigenlijk nooit echt goed godsdienstonderwijs gekregen.”

Noor: “Bijna al mijn vrienden zijn niet-gelovig, maar ik heb er geen moeite mee om daarover te praten. Ik was op de priesterwijding van Wouter Druwé en vertelde daar met veel enthousiasme over aan mijn vrienden. Ze waren allemaal superblij voor mij. Mijn vriendenkring is echt super supportive eigenlijk, dus ik voel me gewoon oké tussen hen. Ik push mijn geloof niet, maar er zijn vrienden die naar mij komen en vragen hoe ik tot het geloof ben gekomen. Ik ben blij dat ze weten dat ze naar mij kunnen komen met al hun vragen.”

Simon: “In het middelbaar kwamen er superveel mensen naar mij van ‘o ja, de vasten komt eraan, maar ik weet niet wat ik daarmee moet’. Dan stelde ik een gebedsschema voor dat ze dagelijks konden volgen. Dus ik merk wel ook dat er veel interesse voor is en dat mensen zin zoeken in het leven. Ik zie dat ook bij mijn vrienden. Er wordt veel meer over gepraat.”

Sam: “Vaak merk ik dat ik er niet zoveel over praat met mensen die niet gelovig zijn, maar als ze iets vragen, komt mijn advies wel vanuit het geloof. Ik heb vrienden die daardoor in de Bijbel zijn gaan lezen. Ik heb nooit veel haat ondervonden omdat ik geloof. Wel vinden mensen het soms vreemd dat ik geloof, omdat ik queer ben en ik dus in tegengestelde werelden zit. Ik zie geen tegenstelling: ik ben queer en ik geloof, dat zijn twee aspecten van mijn identiteit.”

“Soms lijkt er geen plaats voor mijn geloof door de drukte van de samenleving.”

Alle parochies zeggen dat ze jongeren willen bereiken, maar wat is daarvoor nodig?

Sam: “Dat is een moeilijke. In mijn pastorale eenheid hebben we kindvriendelijke vieringen en dat vind ik prima. Voor mij is het belangrijk te kunnen bidden en bij de gemeenschap te zijn. Ik vind wel dat gelovigen meer gemeenschap mogen vormen in de vieringen. Meer samen zingen bijvoorbeeld. We zijn er te veel toeschouwer bij en dat schrikt jongeren af. Als queer behoor ik tot een groep die binnen de Kerk nog altijd wordt ontkend. Homohuwelijken kunnen in de burgermaatschappij, maar in de Kerk merk je wat dat betreft weinig of geen verandering. Je hebt nu wel de aanspreekpunten binnen de Belgische Kerk, maar ik mis een heleboel. Geen huwelijkssacrament bijvoorbeeld. Dat ligt nog niet eens op tafel. Ik geloof, maar ik doe dat niet om het instituut na te leven.”
Noor: “Goh, ik ervaar daar in mijn parochie niet echt zo'n probleem mee. Ik vind het ook tof als er moderne dingen worden geïmplementeerd, zoals sociale media, om jongeren naar de Kerk te halen. Ik doe daaraan mee door TikTokfilmpjes te maken, als ze het me heel lief vragen. (lacht)

Naomi: “Ik heb vooral de gemeenschap nodig, mensen die samenkomen en met elkaar in dialoog gaan.”
Cara: “Het belangrijkste is inderdaad gemeenschap, maar we moeten elkaar wel vinden als jongeren. Ik merk dat er een soort trend is van lower gelovigen, zoiets als een kruisje dragen, maar er niet veel mee doen. Ik weet niet hoe we die mensen kunnen opwekken. Ik vind dat nog een groot vraagteken, want er moet toch wel een beetje overtuiging zijn om zo tot meer engagement te komen?”

Jana: “Ik vind dat er meer vorming mag zijn, omdat gelovigen diepgang nodig hebben, zodat ze weten wat geloof echt inhoudt. Maar er kunnen ook andere leuke activiteiten zijn. Nightfever (internationale organisatie met lokale bijeenkomsten voor jongeren, red.) vind ik wel bijzonder en ook muziek maken.”
Simon: “De vergrijzing in de Kerk aanpakken kan door veel meer in te zetten op jonge gezinnen die nu komen voor een eerste communie. Dat zijn momenten dat mensen van buiten de Kerk naar de kerk komen. Ze kunnen dan ervaren dat er een gemeenschap is die leeft. Om tieners en twintigers aan te trekken is voor mij de traditionele manier de beste, dus gewoon met mooie missen, met mooie gezangen om het mysterie te creëren. Om naar iets te verwijzen dat ons transcendeert en niet van deze wereld is.”

“Het contact met anderen over geloof is superbelangrijk en inspirerend.”

Wat voedt jullie in jullie geloof? Wat zijn jullie bronnen?

Noor: “Ik vind het heel belangrijk om te bidden en naar de kerk te gaan. Ik heb wel een Bijbel, maar ik vind het soms moeilijk om daar door te raken, want ik ben nogal een druk mens. Als ik dan naar de kerk ga of naar mijn gemeenschap, hoor ik daar de verhalen uit de Bijbel. In de catechese in de jongerengroep krijgen we een uitleg van vijf bladzijden en dat helpt mij echt wel om mijn geloof verder te verkennen.”

Naomi: “Ik sluit me aan bij Noor: het contact met anderen over geloof is superbelangrijk en inspirerend. Maar ik kan ook iedere avond voor ik ga slapen bidden, contact houden met God en Hem danken, ook als een reflectie op de dag.”

Jana: “Voor mij is ook gemeenschap belangrijk, maar aanbidding net zozeer. Ook de dagelijkse evangelielezing aan de hand van lectio divina, omdat ik dan het gevoel heb als ik daarna naar de mis ga het evangelie beter begrijp en er meer uit meeneem. Ook lezen helpt me om mijn geloof in mijn dagelijks leven proberen toe te passen.”

Simon: “Aanbidding vind ik ook bijzonder. Ik bid regelmatig. Op de site van het Vaticaan staan alle documenten van bijvoorbeeld de concilies. Dat lees ik allemaal. Ik vind het dan gigantisch interessant om meer en meer te leren over Kerk en geloof. Ik heb ook zelf een grote catechismus, en leer ook veel uit boeken van heiligen die andere manieren van leven uitleggen.”

Cara: “Voor mij is gemeenschap heel belangrijk. Wat ik ook probeer te onthouden, zijn de beantwoorde gebeden, dus dingen waarvoor ik heb gebeden die uitkomen en waarvoor ik God kan danken. Hij blijft naar mij luisteren. Daarnaast lees ik ook de Bijbel, maar niet zo regelmatig. Ik merk wel dat, als ik het gedaan heb, ik me veel beter voel. Het creëert ook een soort duidelijkheid over waar ik in geloof. Zeker voor iemand die later tot het geloof is gekomen, is die Bijbel wel heel belangrijk. En YouTubevideo's bekijken van christenen hoe zij in het dagelijks leven hun geloof implementeren en daar dingetjes uit oppikken.”

“Als mensen mij iets vragen komt mijn advies vanuit het geloof.”

Dit artikel is overgenomen uit Tertio, het christelijk maandblad met een wekelijkse digitale editie. Tertio brengt het christelijke geloof in een constructieve dialoog met de vragen van onze tijd. Ga naar www.tertio.be en maak een maand lang gratis kennis met deze stem van hoop!